Kringloop

Samenwerking akkerbouw-melkveehouder

Binnen de Ontwikkelagenda is een werkgroep samengesteld om de samenwerking tussen melkveehouderijen en akkerbouwbedrijven te bevorderen. Samenwerking met de ambitie om kringlopen van stikstof, fosfaat en organische stof verder te sluiten. Ondanks dat veelvuldig wordt samengewerkt tussen akkerbouwers en melkveehouders bestaan er geen concrete cijfers over de effecten die dit heeft op duurzaamheid. Modellen die nu gebruikt worden, zoals de KringloopWijzer, kijken op bedrijfsniveau en dan lijkt samenwerking met een akkerbouwer negatief terwijl gevoelsmatig de samenwerking zorgt voor een verduurzaming. Wilt u samen met andere ondernemers een mogelijke samenwerking onderzoeken? Maak samen een analyse op het gebied van samenwerking in relatie tot bodemkwaliteit, mineralen, inkomen, rantsoen i.r.t. gewassen (soja, voederbieten, vlinderbloemige in rantsoen, graslandkennis), gewasbescherming (kniptor/ritnaalden), vergroening, regelgeving (fosfaat, verdient samenwerking ruimte?, pilot-regelgeving bij samenwerking), menselijk aspect: vertrouwen, kennis delen (b.v. grondbewerking). Meer informatie: Saskia Veldman of Giske Warringa.

Vruchtbare Kringloop Noord-Nederland

Vruchtbare Kringloop Noord Nederland (VKNN) wil de kringlooplandbouw en het duurzaam bodem- en waterbeheer stimuleren. Het project wil agrarische ondernemers inspireren en faciliteren in het creëren en benutten van kansen om hun bedrijven verder te verduurzamen en ‘toekomstproof’ te maken. Kijk voor meer informatie op: vruchtbarekringloopnoordnederland.nl

Grondig boeren met maïs

Het project ‘Boeren met Maïs’ is opgezet voor een rendabele maïsteelt zonder negatieve effecten op de omgeving. Om nu en in de toekomst voldoende maïs van hoge kwaliteit te kunnen blijven oogsten moet er vooral meer aandacht komen voor goed bodembeheer. Komen tot een rendabele maïsteelt zonder negatieve effecten op de omgeving. Uiteindelijk is het doel dat de inzet binnen het project leidt tot de volgende vijf punten:

  1. Een betere bodemkwaliteit en -structuur met een geleidelijk hoger wordend organisch stofgehalte (koolstofvastlegging) en een lager wordende uitstoot van overige broeikasgassen (lachgas).
  2. Vermindering van de ziektedruk door bodem- en gewasgebonden ziekten, plagen en onkruiden.
  3. Een hogere bodembiodiversiteit.
  4. Vermindering van de uit- en afspoeling van nutriënten naar het grond- en oppervlaktewater.
  5. Een rendabele teeltwijze ook na aanscherping van mineralengebruik.

Meer informatie: Marcel Vulpen, provincie Drenthe, E: m.vulpen@drenthe.nl of kijk op agrarischwaterbeheer.nl